Angela Merkel als muze
Jacques Aussems (72) vatte eerder al zes eeuwen Limburgse geschiedenis in 20.000 versregels. Nu legt hij de laatste hand aan zijn versies van 154 sonnetten van Shakespeare, ook in het dialect van Beek. Zijn muze is de Duitse bondskanselier Angela MerkeL
door Ray Simoen
Zonder 'floep' geen gedicht. "Uren zoeken naar het goede woord of de perfecte uitdrukking helpt niet. Ik moet ineens een ingeving - 'een floep' - krijgen dan gaat het dichten als het ware vanzelf. Soms lig ik in bed en schiet me plots het juiste woord te binnen. Dat noteer ik dan vliegensvlug in een notitieblokje."
Aan 'inspirerende floepen' heeft Jacques Aussems (72), oud-hoofd afdeling Burgerzaken van de gemeente Beek, de afgelopen jaren geen gebrek gehad. Twee jaar geleden voltooide hij zijn magnum opus: de geschiedenis van Limburg van de afgelopen zes eeuwen in dichtvorm. In ruim 20.000 versregels perste hij het wel en wee van 'onze voorouders' tot poëzie. Niet het Nederlands'was zijn dichttaal maar zijn eigen Beeker plat.
"Het Beeks is me nader dan het Nederlands. In het dialect kan ik me het beste uitdrukken."
Diverse dichtvormen hanteerde hij bij zijn poëtisch project van sonnetten, elegieën en rondelen tot odes en ballades. En elk historisch feit dat in zijn dichtwerk voorkomt, werd uitvoerig gedocumenteerd en verantwoord, want de dichter heeft een achtergrond als nauwgezet ambtenaar. Geschoold in punten en komma's.
Twaalf jaar vergde deze poëticale krachttoer, die helaas voor de Beeker bard nog niet tot een publicatie in boekvorm heeft geleid.
Van alle versvormen die hij gebruikte, beviel het sonnet hem het beste hoewel dit het uiterste vergt van een dichter. "Ik ben gek op die dwingende structuur van een sonnnet. Met het vrije, moderne vers kan ik niet goed uit de voeten.Ik heb het corset van een sonnet nodig."
Binnen dat corset maakt hij gedichten gedragen van toon en oppvallend door hun serieuze onderrtoon. Aussems is geen pretpoëet, die licht door het leven stapt.
In de zomer van 2011 valt tijdens de verhuizing van Groot-Genhout naar Beek zijn oog op een boek met sonnetten van William Shakespeare ( 1564-1616). "Ik had al eerrder sonnetten geschreven in de trant van Petrarca, maar Shakesperiaanse sonnetten nog nooit", zegt hij terwijl hij een verhuisdoos oppakt. "We gaan noodgedwongen weer terug naar Groot-Genhout."
Hij raakt nieuwsgierig, gaat zich verdiepen in Shakespeare en ontdekt op internet tal van Nederlandse vertalingen van diens beroemde 154 sonnetten.
Maar hij wil niet de zoveelste vertaler van de Britse dichter zijn. "Vertalen vind ik niet zo creatief." Hij besluit een eigen interpretatie van de 154 sonnetten te gaan geven. In het Beeks, uiteraard. Want dat zit hem gegoten als een oude regenjas. "Bovendien draag ik ook zo mijn steentje bij aan het instandhouden van het Limburgs."
Inmiddels heeft hij 52 van de 154 sonnetten bewerkt. Geen geringe prestatie omdat door de verhuissores 'de dichterlijke floep' vaak uitbleef. Voor een van zijn prachtigste Shakespeare-bewerkingen kreeg hij zo'n ingeving overigens bij een bezoek aan het kerkhof vlakbij zijn appartement.
Nauwgezet heeft Aussems de dichtvorm en het rijmschema van 'de Shakespeare sonnetten' gevolgd. "Zo'n sonnet bestaat uit drie kwatrijnen en een distichon, zonder witregels. Een kwatrijn is een strofe van vier versregels. Een distichon heeft twee versregels. Daarbij bestaat iedere versregel uit vijf jammbes: een jambe bestaat uit een betoonde lettergreep, gevolgd door een onbetoonde."
En hij heeft de Engelsman zelfs in dienS rijp1woordendwang gevolgd.
"Regels hebben bij hem altijd een mannelijk of staand rijm."
Met de inhoud van de sonnetten gaat hij vrijer om. "Het thema van een bepaald sonnet van Shakespeare heb ik als uitgangspunt genomen voor mijn eigen interpretatie.
Ook nam ik soms een opvallend woord in een bepaald sonnet en ging daarmee verder. Veel thema's van hem vond ik gedateerd. Die heb ik 'gemoderniseerd'."
Hij heeft weinig met Shakespeare's liefdesonnetten."Die zinnelijke kant van hem met liefdesverklaringen aan mannen èn vrouwen boeit me niet zo. Meer word ik geroerd door sonnetten, waarin hij de verbindende vermogens van de vrouw bezingt. En die gedichten, waarin hij het talent van vrouwen prijst om gevoelens over te brengen."
Een opmerkelijk muze stond hem bij tijdens het dichten. "Mijn inspiratiebron was Angela Merkel, de Duitse bondskanselier. Zij weet harde besluiten er met een ongekend grote vrouwelijke finesse door te drukken, terwijl ze zeer bindend is voor Europa."
Merkel heeft kennelijk meer innvloed op zijn poëzie dan zijn vrouw. Die zegt vaker tegen hem:
"Jacques maak eens wat lolligere gedichten". Hij schudt meewarig het hoofd. "Moraliserende gedichten met een serieuze ondertoon spreken me nu eenmaal meer aan."
Shakespeare naar sonnet 49
Relasies zin toegangkelik veur breuk,
Terwiel passaasj mit kloesters is versjpert;
Mer vreigel zeuk nao laoker in de heuk,
Gesjiedenis haet ós dat dèks geliërt,
M'n sjpruk get aal en geit toch eige waeg,
'n helder woord weurd angers oegelag,
'nne volle bagk is bie insjpeksie laeg,
En 'n laevering weurd neet op tied gebrach.
Pertieje sjpraeke dan van misversjtand,
Verzuump wat op pepeir waor vasgelag;
Mit kalle kump de zaak weer oet de brand,
Mer argwaen haet vertroewe al verkrach.
De kortste wa eg nao permanènte vree
Is sjmaal en meujzaam, mer hae is gedwee.
Informatie: Jacques Aussems, Beeker bard (jaussems@planet.nl)
- Jacques Aussems is een veelschrijver. De oud-ambtenaar van de gemeente Beek schreef de draaiboeken voor de Peter Trecpoelfeesten van 1992 en 1996.
- Daarbij baseerde hij zich op de twee kronieken van deze zestiende-eeuwse, in Beek geboren monnik, waarvan de tweede door hem vertaald werd.
- In 2009 voltooide hij zijn grote dichtwerk; de geschiedenis van Limburg in de laatste zes eeuwen.
- Regelmatig publiceert hij in de Nuutsbaeker en het jaarboek van het Land van Swentibold.
Dagblad De Limburger




