Genhout » Geschiedenis
Agenda
Breng uw Stem Uit
De gemeente houdt in Genhout een verkeersarrangement. Dat is bedoeld om de verkeersveilgheid te verbeteren. Wat vindt u?
Dat is hard nodig
Dat is niet nodig, want er zijn nauwelijks problemen
Kan geen kwaad
Powered by:
De uitvoering van deze website is mede mogelijk gemaakt door:
P&P Company
De dorpen Groot- en Kleingenhout
Algemeen
De dorpen Groot- en Kleingenhout liggen in het zuid-oosten van de gemeente Beek op de rand van het zogenaamde Plateau van Schimmert. Dit plateau draagt een min of meer gesloten dek van bonte grinden, overdekt met een dikke laag löss, een door de lucht verplaatst uitblazingsproduct van zanden en grinden uit gebieden die het terugtrekkende ijs, na de ijstijd, onbegroeid achterliet.


Die grinden worden meestal 'Maasgrinden'genoemd, omdat men zich de componenten door de Oermaas denkt aangevoerd vooral vanuit de Ardennen.

Omdat deze afzettingen verschil in hoogte vertonen worden ze onderscheiden in: hoogterras, middenterras en laadterras. De vorming van die terrassen schrijft men toe aan een Oermaas, een verwilderde rivier, die met een of meer armen over het vlakke Ardennen-voorland (geheel Zuid-Limburg) stroomde en daar een dek van bonte grinden en zanden tot afzetting bracht.

Groot- en Kleingenhout liggen op een plateau d.i. het hoogterras. Aan drie zijden daalt dit plateau af naar het middenterras t.w. in het zuiden via de Eerdshaag richting Kelmond, in het westen via Adsteeg en Putbroekerweg richting Beek en in het noord-oosten via Hobbelrade en Heiberg richting Spaubeek. Alleen naar het oosten richting Schimmert vindt het plateau zijn voortzetting.
Op de overgang tussen hoog- en middenterras dagzomen genoemde Maasgrinden en -zanden, zoals duidelijk zichtbaar is in de nog in bedrijf zijnde groeve Martens aan de Cijnsberg.

Ontstaan van Groot- en Kleingenhout
Het ontstaan van de naam Genhout (=het hout = het bos) heeft alles te maken met de ontginning van de hooglandbossen. Terwijl de Zuidlimburgse dalen, zo ook aan de boorden van de Keutelbeek in het huidige Beek, allang voor de middeleeuwen een geregelde bewoning kenden, werd de grootschalige ontginning van de beboste plateaus pas in de twaalfde en dertiende eeuw ter handgenomen. Deze periode werd gekenmerkt door tal van veranderingen op economisch- en landbouwkundig gebied. De opkomst van de steden zorgde ervoor, dat de voorheen slechts op de eigen verzorging ingestelde boerengemeenschappen voor de markt gingen produceren.
De behoefte aan nieuwe landbouwgronden bood de 'vrije mannen' de mogelijkheid om grootgrondbezitter te worden en de horigen om vrije boeren te worden.
Hier ligt de oorsprong van de Printhager leenhoven en de daarnaar genoemde familie Van Printhagen, die we rond 1250 voor het eerst in de archieven ontmoeten. Voormalige horigen kregen van de landsheer ook de kans zich als bosontginners op het plateau te vestigen tegen betaling van een jaarlijkse cijns.

Daardoor ontstonden de woonkernen Groot- en Kleingenhout, Gebusselke en Weberig, waarvan de eerste drie namen nog herinneren aan de tijd dat het plateau bebost was.


Terug
Sponsors