Lenig de wieken in!
Als je hem zo bezig ziet met zijn werk in de molen, zou je ze hem niet geven, die zeventig jaar. Met een groot enthousiasme houdt Hub Goossens de molen van Genhout al 34 jaar draaiende, elke woensdagmiddag weer en bovendien van mei tot en met oktober elke eerste zaterdag. In al die jaren heeft hij slechts tweemaal moeten verzaken wegens ziekte.
"Vakantie is mijn hobby niet, de molen is mijn hobby. Ik ben met de molen getrouwd."Typische uitspraken van een verstokte molenaar.Ik heb een afspraak met hem gemaakt op een avond als hij de paardjes van zijn zoon het gras op het molenterrein laat bijhouden. Hij nodigt me in zijn domein. Met een jeugdig elan legt hij uit, wijst hij aan en raakt hij aan en overduidelijk blijkt zijn liefde voor het vak.
"Een molenaar moet altijd het weer in de gaten houden. Hij is afhankelijk van de wind. Windkracht twee of drie, dan gaan de zeilen erop. Bij windkracht vier maal ik zonder zeilen en bij windskracht acht wordt het oppassen. De molen kan op hol slaan en de wrijving bij het draaien en remmen wekt zoveel warmte op dat de zaak in brand kan vliegen." Ik kijk om me heen.Zakken graan staan gereed om gemalen te worden. "Paardenvoer," verduidelijkt Hub..
Aan de "muur" hangen werkstukken van kinderen uit allerlei plaatsen. Zelfs van kinderen uit plaatsen waar ook een molen staat…!! Glimlachend wijst Hub op een keurig ingelijste gekalligrafeerde overeenkomst tussen Beek, de molenaar en brouwer Jules. De molen zorgt voor het malen van de gerst en de brouwer zorgt ervoor dat het de molenaar en Beek nooit aan bier zal ontbreken. 43 Scholen waren er dit jaar op bezoek, in hoofdzaak communieklassen. Talloze rondleidingen, allemaal officieel bij de gemeente aangevraagd. Honderden en honderden vakantiegangers. "De molen is een ontmoetingsplaats voor mensen van heinde en verre," stelt Hub. Wat een promotiejuweel voor de gemeente Beek! Met kwieke pas gaat de molenaar mij voor, terug naar de begane grond.
"Hoe vaak ben je deze trap al af en op gegaan," vraag ik. Hij blijft staan en draait zich om. "Tel maar uit, drieëndertig jaar," zegt hij lachend. Zijn voeten kennen de weg en hebben hem al beneden gebracht als ik pas halverwege ben.
A.G.




