Met de paplepel ingegeven
"Als je vader voorzitter van verschillende verenigingen is, dan zal het niet vreemd zijn dat de kinderen hiervan iets hebben overgeërfd. Sterker nog, je kunt ongetwijfeld stellen: het verenigingsleven zit in onze genen verankerd."
Jos Nijsten komt met een zelfgezette pot dampende koffie de kamer binnen, somt de namen van de gezinsleden op en verbindt er vervolgens de functie in het verenigingsleven aan.
Wat hem zelf betreft, werd hij rond zijn elfde jaar reeds gedompeld in het verenigingsbad en liep hij al gauw driftig rond in de achterhoede van het jeugdelftal van G.S.V.'28.
De grasmat trok hem aan en kreeg een belangrijke plek in zijn leven. Lange tijd was hij jeugdleider en lid van het jeugdbestuur van de fameuze en nu jubilerende Genhoutste club.
Hoewel hij niet echt een getalenteerd voetballer was, kwamen (en komen) supporters speciaal naar het veld om hem te zien acteren. Tijdens het balspel op de groene mat treedt er namelijk een soort hulk-effect bij hem op. Van een milde en goedlachse persoon verandert Jos in een fanatieke vechter die perse wil winnen en elke onheuse bejegening van vriend of vijand beantwoordt met stevig verbaal geweld. Dit tot vermaak van velen….. maar niet tot dat van zijn vrouw Gonda. "Ik ga nooit meer naar een wedstrijd waarin hij meespeelt," grijnst ze.
Een ander facet van zijn kunnen ontwikkelde hij ook reeds op jeugdige leeftijd. Nadat hij vele malen de spelprestaties van zijn vader bij Ons Genoegen had bewonderd, werd het op17-jarige leeftijd, na wat interne vingeroefeningen, tijd voor een eigen rol op het toneel.
Met pretoogjes vertelt Jos, dat hij zijn eerste tekst echt goed kende. Hij was echter zo zenuwachtig, dat de bloemen van het boeket in zijn handen al hun blaadjes verloren hadden, nog voordat de ontvanger ervan kon genieten.
"Toneel heeft een vormende waarde," vindt hij. "Het maakt je vrijer. Vroeger was ik nogal bleu …" Hij krijgt echter geen gelegenheid om de zin af te maken, want vanuit de keuken klinkt een, overigens goedaardig, spottend lachje van Gonda, die de was strijkend aan het meeluisteren is.
Hetzelfde geluid schiet even later de kamer binnen naar aanleiding van mijn vraag of hij misschien een muziekinstrument bespeelt.
Wat blijkt? Jos heeft ooit gepoogd een kleine trom bij de fanfare te beroeren. Hij sloeg echter zó erg uit de maat, dat de dirigent hem vriendelijk doch dringend verzocht om bij het zangkoor zijn geluk te beproeven. Ook dit bleek niet zo'n goed idee te zijn.
Naast het voetbal en het toneel was er Jong Nederland, eerst als lid en later als leider. "De kampweek was zo populair, dat er tijdens die week in Genhout bijna geen kinderen meer rond liepen," glimlacht Jos.
Toen Jong Nederland ophield te bestaan, werd de kampweek overgeheveld naar het jeugdvoetbal van G.S.V.'28 en heeft sindsdien nog steeds niet aan populariteit ingeboet.
Het voorzitterschap van de buurtvereniging Klein Genhout heeft hij sinds enkele jaren overgedragen.
"Ik ben nu nog voorzitter van de toneelvereniging Ons Genoegen en ik wil hiermee na 20 jaar gaan stoppen".
Hij kijkt me een beetje bedenkelijk aan.
"Laat de jeugd het maar gaan overnemen," vindt hij.
A.G.




