Genhout » Genhout betreffend... » Inbraak te Printhagen (half augustus 1793)
Inbraak te Printhagen (half augustus 1793)

Inbraak te Printhagen (half augustus 1793)   

 

In het boek ‘Bokkerijders in Beegden’ van Hendrik Verheyen staat het volgende verhaal. De ongeveer 38-jarige Joseph Weerts, doorgaans Joostje of Juistje genoemd, uit ’s-Gravenvoeren, die op 7 september 1793 in Beegden wegens kerkdiefstal was gearresteerd, legde voor de rechtbank aldaar de bekentenis af, dat hij ongeveer drie weken voor zijn arrestatie, samen met de Waal Compere - die scheel kijkt en eveneens zijn maat was bij de diefstal in de kerk van Beegden - en de Maastrichtenaren Lambert Wouters en Michiel, bij een boerderij buiten Beek is geweest, daar waar twee boerderijen bij elkaar liggen (Printhagen). Ze hebben daar ingebroken en wel 60 heren- en dameshemden van de zolder gestolen. Bovendien een streng wol, twee oude herenjassen, twee wollen borstrokken waarvan één zwart, drie pond blauw garen en twee pakken ander garen. Die twee pakken hebben ze in de wei achter het huis laten liggen samen met een paar borstrokken. Ook hebben ze  twee wollen dekens gestolen en een stel beddenlakens. De Waal is met een ladder bij de poort op het strooien dak geklommen en heeft er met zijn handen een gat in gemaakt waar doorheen hij op de zolder kon kruipen. Van te voren had hij dat op nog twee plaatsen geprobeerd zonder resultaat. De Waal heeft met zwavel uit zijn tondeldoos een kaars aangestoken (=spichtlicht) en de gestolen goederen aan Michel, die op de ladder stond, doorgegeven door ze vanaf het dak naar hem toe te laten rollen.De vrouwen van Michiel, de Waal en Lambert hebben de spullen in twee porties verkocht aan de oude kledingkopers waarvan er eentje, die met een bult op zijn rug en in de Gubbelstraat woont, zegt dat zijn deel van de opbrengst twee kronen en negen stuivers was.

De vrouw van Michiel heette Marie Anne. Ze was een jonge, frisse vrouw met zwarte wenkbrauwen, van gemiddelde grootte, mager en met een smal gezicht. De vrouw van de Waal heette Anne. Ze was ongeveer 38 jaar oud, was vrij groot en had bruine ogen. Bovendien was haar onderste lip dikker dan de bovenste. De vrouw van Lambert heette Griet. Men noemde haar doorgaans Hermans Griet. Voor Joseph Weerts liep de diefstal in Beegden, waarbij hij met gestolen spullen uit de kerk werd aangehouden, heel droevig af. Al op 27 september 1793 werd hij in Beegden opgehangen. De andere drie dieven, die ook aan de kerkdiefstal hadden deelgenomen, wisten aan justitie te ontsnappen. 

Gegevens uit Becha, april 2003.

 

Terug
Sponsors