Fraude en verraad in 1732
De Schepenbank van Beek is voornemens om een nieuw leggerboek samen te stellen.
Hierin worden alle eigendommen op het grondgebied van de Schepenbank vermeld. Op speciale zitdagen kunnen de eigenaren ten overstaan van afgevaardigden van de Schepenbank hun eigendom laten registreren.
Het was destijds de gewoonte om zo´n oproep bekend te maken via aanplakking aan de kerkdeur.
Alle inwoners zouden er dan kennis van nemen. Religie en sociale controle stonden er immers borg voor dat iedereen op zondag naar de kerk ging.
Natuurlijk wist men dat het registreren verband hield met de in de toekomst te vorderen belasting. Maar iedereen wist ook dat onjuiste opgaven werden beboet.
Zo stond er in het voorjaar van 1732 aangeplakt aan de kerkdeur van Beek, dat de Genhoutenaren hun eigendom in boenders, morgens en roedes op 15, 16 en 17 mei 1732 konden opgeven in het toenmalige Banxhuis van Beek.
Of zoals men dat in die tijd zo mooi formuleerde: "De gronden welcke in eijgendomme ende proprieteijt worden gepossideert ende beseeten."
De twee vrienden, Jan Martens van Grodt-genhoudt en Peter Snijders van Weberigh,
hadden het snode plan opgevat om een niet al te grote nauwkeurigheid te betrachten bij de opgave van hun bezittingen aan land.
Naijverige collega´s hebben hen nadien verlinkt en bij controle bleek dat Jan 85 roede had verzwegen en Peter 1 morgen en 7 roede.
(Voor degenen die het weten willen: 1 morgen is 8516 m2 en 1 roede is 3,767 m2)
De annalen vermelden voorts dat ze "aen schatpinnigen voor den jaere 1732 tot den jaere 1737 in cluijs" een behoorlijk boetebedrag moesten betalen. (resp. 10 gulden, 7 stuiver en 3 ort voor Jan Martens en 13 gulden, 3 stuiver en 3 ort voor Peter Snijders)
A.G.
Bron: Schepenbankarchief Beek, transcriptie J. Aussems.




